Up date van onze reis tot en met 22 november 2003
Relaxt amigo.....
4 Arie
Dit is een fijn bankje op een fijn pleintje in een fijn stadje. Een witte pick up truck met een grote grijze speaker op het dak schalt langzaam voorbij. Ik kan het niet verstaan. Misschien is het voorlichting over een gezondheidsvraagstuk of probeert men een nieuw soort dakgoot aan de man te brengen. Vanuit de verte galmt een andere versterkte stem. Deze manier van zaken onder de aandacht brengen is normaal in Peru. Kranten en televisie zijn niet voor iedereen weggelegd en de dorpsomroeper ontmoette electriciteit. Als de afstand tussen oor en speaker minder dan 20 meter is, wordt het een beetje arelaxt. Voor de rest is het hier relaxtheid troef.
Elke stadje heeft een centraal plein. Dit is het hart van de gemeenschap. Het plein is altijd goed verzorgd, ook in een arm plattelandsstadje als deze. Om een niet spuitende fontijn staan acht lange banken gegroepeerd. Zij worden in de rug gesteund door omheinde perkjes met bomen, struiken en stenen beelden. Het is midden op de dag en op de meeste bankjes zitten mensen, alleen of in kleine groepjes. Giegelende meisjes in schooluniform, vrouwen met baby’s in veelgekleurde omslagdoeken, twee jongens met schoenpoetskistjes, een oud baasje met een hoofd vol herinneringen onder zijn grijze baret.
Ik geef mijn ogen de kost en ben zelf voer voor nog veel hongeriger blikken. Annemarie en ik zijn vele kilometers onverharde bergweg verwijderd van de platgelopen paden en trekken flink de aandacht. Het zit niet in de cultuur om vreemden ongegeneerd aan te gapen, maar er is meestal een kort Boem bap.
Een volgende dag en een nieuwe bank op een nieuw plein in een nieuwe stad. Het verhaal van gisteren werd onvermijdelijk onderbroken door nieuwsgierig bezoek. Zijn naam was Noi en hij was een van de twee schoenpoetsjongens. Ook was hij leerling van het Collegio del Noche,zoals duidelijk werd uit twee foto’s waarop hij trots poseerde met de schoolbannier. Mijn spaans groeit een paar woorden per dag, maar rijp voor conversatie is het nog niet. Ik probeerde hem uit te leggen hoe grappig "moi Noi!" wel niet is. Soy d’un province en norte del Olanda con un dialect muy especial. En Groningen, ola es ‘moi’; moi Noi!! Het kwam niet over, maar hij was dan ook druk bezig mij twee kadootjes te geven. Eens sticker van een motor die voorop mijn rode schrijfblok belande en een ingenieuze sleutelhanger van een vis. Zelf inelkaar gedraaid van dunne slierten groen en geel plastic. Met grote groene ogen staart hij mij nu aan vanaf de rits van mijn rugtas. Drie kleine straathondjes besnuffelen elkaars kontjes vlak naast twee stoeiende jochies. Af en toe vergeten ze hun spel, opgeslokt door het beeld van die grote vreemde ondergetekende met zijn rode schrijfboekie.
Iets verderop houdt een moeder met verweerd gezicht toezicht en roept hen iets toe. Het enige wat ik versta is ‘gringo’ en even kijken we elkaar aan. De semi politiek correcte glimlach heb ik ergens in Azië al achter me gelaten. In Thailand was het grote roepwoord ‘falang’. Annemarie kwam op het geniale plan het vele "falang, falang!" terug te kaatsen met een al even vol verbaasd "thai, thai!!". Hier is het "peruano, peruano!", maar met hetzelfde effect. De spiegel is omgedraaid en nu kan iedereen lachen. Ja lieve mensen, we komen allemaal uit hetzelfde nestje. ¿Dónde esta el banjo?
Ik hou van de sfeer in ontwikkelingslanden. De bruisende chaos. De manier waarop alles zichzelf lijkt te regelen. Iedereen is zo bezig te overleven dat elk gaatje vanzelf gevuld wordt. Hier vind je de wet van vraag en aanbod in haar meest basale vorm. Men biedt aan tot in de minst winstgevende marge van de vraag en doet dat in elke tak van geld verdienen. Het aanbod van taxi’s, fruitverkopers, schoenpoetsers, snoepventers, fotozaken, straatfotografen, broodjesbakkers, theeschenkers en wat heb je, is ronduit overdonderend. Dit is verborgen werkloosheid in volle actie, maar blijkbaar zit er voor iedereen een centje in de pot. Natuurlijk is dit hele systeem verre van ideaal, men maakt enorme dagen tegen overlevingsloon, maar in mijn vakantievierende beleving is het een stuk boeiender dan de blokker, hema en schoenenreus.
Verrek een deja vu! Een meisje loopt loompjes op het ritme van haar stuiterende basketbal het plein over en zo was er gisteren precies een. Terug naar het hier en nu. Oh, doolhof van gedachten, hoe slokt u mij weer op. De wolken breken langzaam open en een wirwar van kabels steekt af tegen een groot stuk blauw. Een man ligt languit op het bankje tegenover de mijne, een krant over zijn gezicht gedrapeerd. Gablos "G" staat in blauw op een muurtje gespoten. Dat wij allen mogen weten dat Gablos zijn aanwezigheid voortaan met slechts en G kenbaar zal maken. Een slimme zet, zo zeg ik u in de hoedanigheid van voormalig graffiti artiest, danwel spuitbus-schudder voor de echte artiesten (yo, ik ben Amsl!).
Dit land is volkomen volgekalkt. In de dorpen is er bijna geen huis waarvan de muur niet top to bottom is bezaaid met politieke leuzen en logo’s. Door vele hiervan zijn grote kruizen geschilderd. Wellicht dat de betreffende kandidaat van het toneel is verdwenen, een partij is opgeheven of tegenstanders hun tegenstand hebben doen gelden. Het recente verleden van Peru is doordrenkt met drama. Van open dictatuur naar verborgen dictatuur naar bloedig doorgeslagen oppositie naar iets van afwachtende rust in de afgelopen paar jaar. Men is bezig het land weer op de rails te krijgen, maar is het spoor nog steeds een beetje bijster. We hebben op verschillende pleinen al de nodige bijeenkomsten gezien en de discussies zijn vaak fel. Ook zijn we getuige geweest van een kleine volksopstand waarbij men elkaar met ananassen op de schedel sloeg. Een vrij pijnlijke affaire en niet te verkiezen boven menig ander stuk fruit, cactusachtigen daargelaten.
Enfin, dit sluit allemaal prachtig aan op het huidige moment. Twee gesprekken later, ietwat op de vlucht geslagen, in een klein vegetarisch restaurant met een bak fruit achter de kiezen. Van de dingen die we zullen missen na een jaar tropen zal fruit hoog eindigen. Voor een prikkie weten we dagelijks een berg voor de neus gesneden fruit en klokken we gemiddeld wel een litertje vers sap weg. Papaya, ananas,sinaasappel, mango, appel, banaan en een keur aan plaatselijke delicatessen. Dat wordt slikken bij de Appie, ik voel al nattigheid. Gelukkig is er hema-worst, oh nee..ergens onderweg zijn we een beetje vegetarisch geworden. Nou ja, doe mij maar een biscuitje. En over biscuitjes gesproken, ik stap maar weer eens op. De zon schijnt inmiddels lekker en ik moet de lokale bevolking de kans gunnen tegen me aan te lullen. Si Signor, rico suave.
Aaah, hoe zoet, hoe zoet. Deze middag voor mezelf en mijn impulsen. Het gekabbel van alle geluiden, de wind over mijn wang en de vlagen zonlicht die voorbij komen drijven. Een zee aan beelden en een dorstige camera. Diep rode, fel oranje en helder gele bloemen, het getik van duivepoten op het golfplaten dak, wolken die dromerig over de bergrug glijden, de torenspits in houten stijgers, flapperend blauw zeil, een meisje met kleine handjes die langzaam over de meterslange muurschildering glijden. Een kabbelende pen, dwalende ogen, adem in, adem uit en alles is goed.
Overweldigend goed, deze reis, deze vrijheid, deze rust. Een mooie weg voor de stapjes op weg naar mij. Het is een tijd vol kleine antwoorden. En de grote vragen....laat ze maar, leef ze maar. Stapje voor stapje, beetje bij beetje en alles er tussen in. Relaaaaxt amigo, relaaaxt. Pfoeaaah...
Hedde / Huancayo, 18 augustus 2003
Hedde in Zuid Amerika Peru, 13 september.....Tandarts in het Spaans????? Annemarico! 29 september Lekker dagje in Bolivia.. soy un doctor? 29 september...iets later inmiddels 30 september Vangen! 3 oktober Stoeprand??!! 14 oktober, Suiker 17 oktober, En nu moet ik plassen 30 oktober, Angst en walging in Cusco 10 november, Ayer
 |